dinsdag 1 januari 2019

Wensen

Al sinds het begin van het middelbaar heb ik de gewoonte om voor Kerstmis en Nieuwjaar een reeks gedichten te schrijven om mijn wensen uit te drukken. Nieuwjaarsbrieven, om het zo te zeggen. Tot ook de jongste van de familie geen nieuwjaarsbrieven meer schreef, las ik die zelfs nog voor.
Twee jaar geleden waagde ik me aan een experiment. Iemand had me verteld dat poëzie niet zo zijn ding was, dus besloot ik uit te testen of ik mijn wensen ook in proza kon vatten, al was het resultaat poëtischer dan veel van mijn gedichten. Die eerste poging beviel me zo, dat ik ook dit jaar een 'prozagedicht' op papier heb gezet, en dat wil ik graag hier met jullie delen op deze nieuwjaarsdag:


Het vuur knettert en verslindt traag maar zeker het laatste blok hout. De grillige schaduwen spelen tikkertje en verstoppertje. Je strekt je hand, alsof je het laatste beetje warmte wilt vangen. Alsof je hoopt dat de vonken over zullen springen en over je vingers zullen dansen. Soms lijken de vliedende schaduwen inderdaad een kern van rood en oranje te hebben. Steeds opnieuw trek jij warmte aan, absorbeer je ze, om ze terug los te laten waar er geen is, om leegtes te vullen waarvan zelfs jij niet wist dat ze er waren. Daarom brandt er vuur in je ogen, een vuur dat groter en warmer is dan hetgeen voor ons. Ik tuimel erin en je zuigt de kou uit me, tot ik ril en jij rilt, onder een hitte die ons opslorpt. Buiten kreunt de wind en jammeren de bomen en hamert de regen. Je vingers kruipen over het tapijt en sluiten mijn hand in de jouwe en je glimlacht. We zijn warmer dan liefde.

zondag 4 november 2018

Met de hoed in de hand komt men door het ganse land

Respect. We hebben er in deze tijden de mond vol van, maar wat verstaan we er eigenlijk onder? Leerlingen en leerkrachten moeten elkaar respecteren, ouders en kinderen. We hebben respect voor een Olympische atleet of een muzikant, voor wereldverbeteraars of bekende mensen. Is het dan puur beleefdheid, of bewondering? We moeten ook respect hebben voor elkaars bezittingen of elkaars leven. Kun je dat bewondering of beleefdheid noemen? Nee, respect gaat verder dan dat. Respect gaat over aanvaarden, aanvaarden van de realiteit van de ander, het werk dat is gedaan om die pen of boekentas te maken, het leven dat iemand toevallig heeft gekregen, even toevallig als jijzelf. We kijken allemaal anders naar de wereld, maar als we even onze hoed afnemen voor wat een ander kan, even groeten, dan raken al die realiteiten met elkaar verweven. De wereld tussen al die verstrengelde realiteiten, is kleurrijk en gelaagd.

Respect is van belang. Het is niet zomaar een morele waarde voor zachte zielen. Respect is de motor van een maatschappij. Hoeveel conflicten zouden vermeden kunnen worden als we gewoon respect hadden voor elkaar? En waar zouden we eindigen als we allemaal ons respect voor het leven van anderen verloren? In de loop van de twintigste eeuw zijn er een aantal schokkende experimenten gedaan die een idee geven.

In het Stanford Prisonexperiment moest de ene helft van de groep de andere bewaken, maar het experiment moest worden stopgezet, omdat al na enkele dagen de ‘bewakers’ de ‘gevangenen’ mishandelden.
Zowel in het Milgramexperiment in de jaren ’60 als in de modernere versie ‘Le jeu de la mort’ moesten echte kandidaten aan een tweede ‘kandidaat’, die in werkelijkheid een acteur was en onzichtbaar, vragen stellen, zoals in een quiz. Als het antwoord fout was, moesten ze een elektrische schok toedienen. Die was niet echt, maar dat wisten de kandidaten niet. De acteur vroeg om op te houden, vanaf een bepaald moment was er geschreeuw te horen, nog later niets meer (wat bewusteloosheid voorstelde), maar het merendeel van de kandidaten ging door tot het dodelijke maximum. Weliswaar was dat onder de aanmoedigingen van ‘autoriteiten’ die zeiden dat de verantwoordelijkheid niet bij de kandidaten lag, maar bij hen en ze mochten doorgaan.

Plots blijkt dat we zonder respect en empathie niet ‘menselijker’ zijn dan andere dieren. Als we mensen niet zien, niet leren kennen, vergeten we al snel dat zij ook mensen zijn. Het is de kwetsbaarheid van een blik die ons dwingt onze muren te slopen. Empathie is de kracht om je te verbinden, om mens te zijn en het mens-zijn van de ander te erkennen. Om je hand uit te reiken naar iemand die op de grond ligt. Wat is de voldoening van over alle hoofden naar de top te klimmen? Als je alleen op de top zit, kan alles wat je hebt vertrappeld, weggaan en zonder fundamenten geen berg. Maar als je mensen helpt, je met hen verbindt, zullen ze je naar de top dragen. Een last, een taak, een doel: ze wegen zoveel lichter als je hem niet alleen draagt. Je kunt zoveel meer als je mensen helpt, want dan zullen zij jou helpen.

Maar respect blijft een vaag begrip. Hoever gaan we daarin? We moeten respect hebben voor de mening van anderen, hun recht om die te uiten. Maar betekent dat dat je zomaar iemand de grofste beledigingen naar het hoofd mag slingeren? Is het respectloos als je dat afkeurt? Of houdt respect in dat je je inleeft in de gevoelens van anderen en je mening op een beleefde manier uit? Heb je geen respect voor het recht op vrije meningsuiting als je dat vraagt?
Misschien is het al genoeg dat we iedereen eens vriendelijk groeten, hoe we ook over die persoon denken. Een groet wordt een glimlach, een glimlach een gesprek en misschien is het dan helemaal geen vraag meer of respect voor het ene respect voor het andere verbiedt.

vrijdag 12 oktober 2018

Verkiezingskoorts

Zondag moet ik voor het eerst stemmen. Het besef is nog niet helemaal doorgedrongen, denk ik. Het is slechts voor de gemeente en de provincie, dat is waar, maar ik ken hooguit enkele namen en gezichten, en dan alleen voor de gemeente. Hoe moet ik tegen zondag weten op wie ik moet stemmen?

Ik nam me al enkele jaren geleden voor dat, als ik zou moeten stemmen, ik me niet zomaar zou laten leiden door vooroordelen over partijen, dat ik niet uit principe heel mijn leven zou zweren bij een en dezelfde partij. Te veel mensen zijn om die reden blind voor oplossingen die anderen voorstellen, denken niet meer zelf na. Ik wil weten waarvóór ik stem. Dat betekent: opzoekwerk.

Als het erop aankomt, moet je toegeven dat elke partij wel iets zinnigs te zeggen heeft. Per slot van rekening hebben ze allemaal het beste met ons voor en willen ze allemaal dat we ergens kunnen leven waar we graag leven. Alleen hebben ze allemaal een andere visie op wát onze noden zijn en de manier waarop die moeten worden ingevuld. Ik zal dus zelf niet op eender welke partij stemmen, omdat sommige ideeën van partijen te erg afwijken van mijn eigen waarden om bereid te zijn hen de macht te geven die uit te voeren, ook al kan ik me in andere standpunten misschien wel vinden.

Ik weet van mezelf dat ik eerder links en progressief ben, omdat ik nogal altruïstisch ben ingesteld en ook in mijn dagelijks leven veel belang hecht aan openheid en tolerantie, verbondenheid, solidariteit, empathie, respect, kansen voor iedereen, voldoende natuur, ... Om die reden heb ik mijn opzoekwerk tot nu toe beperkt tot partijen uit die kant van het spectrum, maar dat betekent niet dat ik mijn kritische zin achterwege heb gelaten.

Het viel me vooral op hoe vaag alles blijft. Soms moet één alineaatje al hun standpunten samenvatten. Ook als ze die wel per thema uitwerken, is er niets concreet. Veel beloftes, een opsomming van alles waar ze op willen inzetten, maar nooit hoe ze denken dat uit te voeren. Mooie ideeën, dat wel. Dit bedrag besteden om dit of dat te bereiken: graag, maar waar moet dat geld vandaan komen? Wat wordt er opgeofferd? Of komt het toch uit de lucht vallen als hemels manna? Dat is natuurlijk de eeuwige spanning tussen de ideale situatie en de realiteit.

In de kantlijn wil ik nog aantekenen dat zowat elke partij lijkt te pleiten voor verandering, oppositie of niet. Soms vraag ik me af of iedereen dan echt zo ontevreden is met hoe het is. Het lijkt erop dat politici niet kunnen erkennen dat een ander iets goeds heeft bereikt. Alles wat zij niet durfden of konden, is stiekem toch de schuld van een ander. In verkiezingstijd is het ieder voor zich. Menselijkheid en empathie liggen ondertussen wellicht ergens te vondeling. Ze bouwen hun identiteit op vanuit een vijandsbeeld: "Wij zijn niet zus of zo. Wij denken niet hetzelfde als zij. Zij zijn slecht. Dit is het bewijs." Alsof zij geen fouten maken. En hoe het dan wel moet, daarover zwijgen ze in alle talen.

In mijn pessimistische buien denk ik soms dat het toch allemaal even grote hypocrieten zijn en dat ik net zo goed blanco zou kunnen stemmen, maar zo ver wil ik het toch ook niet laten komen. Onverschilligheid kan óók schade berokkenen. Het heeft Trump in de kaart gespeeld bijvoorbeeld, hoorde ik vanochtend op de radio. Veel mensen in de VS zijn immers niet gaan stemmen in 2016. Zo krijgen alleen de extremen een stem, letterlijk en figuurlijk.

Gelukkig heb ik nog een beetje tijd om mijn opzoekwerk uit te diepen. Wat meer partijen te verkennen. Misschien stuit ik alsnog op iets concreets dat me wel aanstaat. Ik zal er nog een nachtje over slapen, of twee. Hopelijk heb ik tegen dan mijn eigen stem gevonden.